JWB.nl

Actuele jurisprudentie paraat

Jurisprudentie@ctueel

Samenvatting ECLI:NL:HR:2017:214

Archiefnummer:
Jurisprudentie @ctueel 2017-59
Instantie:
HR 10 februari 2017, 15/04734
Onderwerp:
Schade, toerekening, wanprestatie
Artikelen:
Art. 6:98 BW, art. 6:119 BW
Casus:
Tussen eiseres tot cassatie en verweerster in cassatie komt een overeenkomst tot stand op basis waarvan een aan eiseres tot cassatie toebehorende kraan door tussenkomst van verweerster in cassatie aan een partij in een Arabisch land wordt verhuurd en waarbij eiseres tot cassatie niet als verhuurder zou optreden. Nadat de kraan aan een derde wordt verhuurd, blijft de derde in gebreke met betaling van de huurtermijnen. Tussen verweerster in cassatie en de derde komt een schikking tot stand ingevolge waarvan de derde een bedrag aan verweerster in cassatie betaald. Verweerster in cassatie wendt zich tot de Nederlandse rechter en vordert veroordeling van eiseres tot cassatie tot terugbetaling van een aanbetaling die betrekking heeft op de levering van een tweetal kranen alsmede veroordeling van eiseres tot cassatie tot betaling van een schadevergoeding wegens gederfde winst. In reconventie vordert eiseres tot cassatie voor recht te verklaren dat de aanbetaling is verrekend dan wel is opgeschort en alsnog mag worden verrekend. Subsidiair vordert zij verweerster in cassatie te veroordelen tot betaling van een bedrag ter zake van de verhuur van de kraan aan de derde. De rechtbank wijst de vorderingen in conventie toe en in reconventie af. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijst de vorderingen van verweerster in cassatie in conventie af en veroordeelt verweerster in cassatie in reconventie onder meer tot betaling van een bedrag.
Rechtsvraag:
In cassatie komt de vraag aan de orde naar toerekening van schade en de vraag of sprake is van wanprestatie.
Beslissing:
De Hoge Raad overweegt dat het bij de toerekening op grond van art. 6:98 BW gaat om de vraag of voldoende verband bestaat tussen de schade en de gebeurtenis waarvoor aansprakelijkheid bestaat. De omstandigheid dat een contractspartij bij de tekortkoming waarvoor aansprakelijkheid bestaat, niet uit eigen belang heeft gehandeld, kan weliswaar mede van belang zijn bij de beantwoording van de vraag welk verband in de omstandigheden van het geval te eisen, maar kan niet op zichzelf ertoe leiden dat slechts een deel van de veroorzaakte schade is aan te merken als een toerekenbaar gevolg van de gebeurtenis waarvoor aansprakelijkheid bestaat. (r.o. 4.2.2) De Hoge Raad wijst erop dat art. 6:119 BW ertoe strekt de schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een geldsom te fixeren op de wettelijke rente. Van de bevoegdheid tot matiging van wettelijke rente moet terughoudend gebruik worden gemaakt, aldus de Hoge Raad. Mede dit in acht nemend moet hoofdsom en rente afzonderlijk worden vastgesteld. Wordt de wettelijke rente gematigd, dan moet dit afzonderlijk worden gemotiveerd. Dit heeft het hof nagelaten. (r.o. 4.2.3)
De Hoge Raad vernietigt in het principale cassatieberoep het arrest van het hof en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing. In het incidentele cassatieberoep verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep.
Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

Direct zoeken:

Gratis emailservice!

Altijd op de hoogte blijven? Meld je dan direct aan voor de gratis e-mailservice: