JWB.nl

Actuele jurisprudentie paraat

JWB Rechtspraak Arbeidsrecht

Samenvatting ECLI:NL:RBDHA:2016:1060

Archiefnummer:
Rechtspraak Arbeidsrecht 2016-99
Instantie:
Rb Den Haag 5 februari 2016, 4665841 RP VERZ 15-50795
Onderwerp:
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
Artikelen:
Art. : 7:669 en 7:671b BW
Kern:
Werknemer is sinds 1992 in dienst van (een rechtsvoorganger van) SV Co. Hij is sinds 2 juni 2014 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten. Werknemer heeft in het kader van zijn re-integratie bij SV Co aangepaste werkzaamheden verricht. Tijdens het re-integratietraject is de arbeidsverhouding onder druk komen te staan en hebben zich diverse conflicten voorgedaan. SV Co verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a jo. artikel 7:669 lid 3 onderdeel e en subsidiair g BW. Ter onderbouwing daarvan heeft SV Co het volgende naar voren gebracht. Werknemer heeft lange tijd naar tevredenheid bij SV Co gewerkt. Sinds 2013 is dat veranderd. Werknemer heeft meermalen te kennen gegeven dat hij zichzelf te oud vindt om te werken en heeft aangedrongen op ontslag met een vergoeding, zodat hij kan remigreren naar Tunesië. Werknemer loopt de kantjes ervan af. Door zijn negatieve houding ontstaat een negatieve werksfeer. Bovendien heeft werknemer een aantal collega’s uitgescholden en vervloekt. Werknemer voert verweer tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij ontkent alle verwijten van SV Co aan zijn adres en stelt dat het ontbindingsverzoek verband houdt met het feit dat hij sinds 2 juni 2014 arbeidsongeschikt is.
De kantonrechter oordeelt als volgt. SV Co heeft slechts gesteld dat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van werknemer omdat het gebaseerd is op andere gronden. Verder heeft SV Co de ernst van haar verwijten aan het adres van werknemer benadrukt. SV Co heeft het gemotiveerde verweer van werknemer dat het verzoek verband houdt met zijn ziekte onvoldoende weersproken. Daarbij komt dat SV Co desgevraagd niet heeft kunnen verklaren waarom zij het beweerdelijke, verwijtbare handelen van werknemer na 30 maart 2015 nooit meer onder de aandacht heeft gebracht van (de gemachtigde van) werknemer terwijl zij wel met SV Co correspondeerde over doorbetaling van het loon van werknemer. De kantonrechter acht dit merkwaardig. Gelet op de herhaaldelijke conflicten tussen partijen over ziekmeldingen van werknemer, de door SV Co aangeboden aangepaste werkzaamheden en de verplichting tot doorbetaling van het salaris tijdens ziekte neemt de kantonrechter gezien het vorenstaande aan dat het ontbindingsverzoek verband houdt met de ziekte van werknemer. Gelet op het bepaalde in artikel 7:671b lid 2 BW wordt het ontbindingsverzoek afgewezen.

Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

Direct zoeken:

Gratis emailservice!

Altijd op de hoogte blijven? Meld je dan direct aan voor de gratis e-mailservice: